Het einde van 2026 komt stilaan in zicht. Dit is dan ook een goed moment om de fiscale situatie te bekijken in kader van voorafbetalingen, sociale bijdragen en/of je bedrijfsleidersbezoldiging.
1. Voorafbetalingen
Vanaf inkomstenjaar 2026 is er een belangrijke wijziging voor zelfstandigen.
Zelfstandigen zonder vennootschap en meewerkende echtgenoten zijn niet langer onderworpen aan een belastingvermeerdering wanneer geen of onvoldoende voorafbetalingen werden gedaan.
Dat betekent echter niet noodzakelijk dat voorafbetalingen geen nut meer hebben. Wie vrijwillig voorafbetaalt, kan immers recht hebben op een bonificatie. Bovendien kan voorafbetalen helpen om een grote belastingafrekening achteraf te vermijden en de belastingdruk beter over de tijd te spreiden.
Voor bedrijfsleiders blijft de belastingvermeerdering bij onvoldoende voorafbetalingen daarentegen wel bestaan. Ook hier blijft het dus belangrijk om na te gaan of de reeds betaalde bedrijfsvoorheffing en voorafbetalingen voldoende zijn.
Ook vennootschappen blijven onderworpen aan de regeling van de belastingvermeerdering. Voor aanslagjaar 2027 bedraagt deze vermeerdering 6,75%.
Voor vennootschappen zijn er in 2026 nog twee klassieke momenten om een voorafbetaling te doen:
- VA3: uiterlijk 12 oktober 2026
- VA4: uiterlijk 21 december 2026
Een voorafbetaling tijdens het derde kwartaal levert voor een vennootschap een voordeel op van 6,00%, tegenover 4,50% voor een betaling tijdens het vierde kwartaal.
Voor zelfstandigen zonder vennootschap komt er een extra voorafbetalingsperiode bij, namelijk vanaf 22 december 2026 tot en met 22 februari 2027.
Zowel het rekeningnummer als de gestructureerde mededeling kan je terugvinden op Myminfin of je kan van daaruit ook onmiddellijk een betaling doen.
2. Vennootschap? Controleer de bedrijfsleidersbezoldiging
Voor bedrijfsleiders is er vanaf inkomstenjaar 2026 nog een belangrijke wijziging. Een kleine vennootschap kan, wanneer zij aan de wettelijke voorwaarden voldoet, genieten van het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting van 20% op de eerste schijf van € 100.000 belastbare winst, in plaats van het gewone tarief van 25%.
Eén van de voorwaarden heeft betrekking op de bezoldiging van de bedrijfsleider.
Voor inkomstenjaar 2026 (aanslagjaar 2027) moet minstens één bedrijfsleider een minimale bedrijfsleidersbezoldiging hebben van 51.000 euro in plaats van 45.000 euro.
Is het belastbaar inkomen van de vennootschap lager dan 51.000 euro, dan kan een lagere bezoldiging volstaan, voor zover deze minstens gelijk is aan het belastbaar inkomen van de vennootschap. Voor startende vennootschappen geldt bovendien tijdens de eerste vier belastbare tijdperken een uitzondering op deze minimumbezoldigingsvoorwaarde.
Nieuw is ook dat forfaitair gewaardeerde voordelen van alle aard in principe maximaal 20% van de totale bedrijfsleidersbezoldiging mogen vertegenwoordigen om aan de nieuwe bezoldigingsvoorwaarde te voldoen.
Het is daarom aangewezen om vóór het einde van het boekjaar niet alleen het bedrag van de bezoldiging te controleren, maar ook de samenstelling ervan. Een bijkomende bezoldiging kan in bepaalde situaties aangewezen zijn om het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting te behouden.
Uiteraard moet daarbij steeds de volledige fiscale impact worden bekeken. Een hogere bezoldiging heeft immers niet alleen gevolgen voor de vennootschapsbelasting, maar ook voor de personenbelasting en sociale bijdragen van de bedrijfsleider.
3. Sociale bijdragen: stem de voorlopige bijdragen af op het werkelijke inkomen
De definitieve sociale bijdragen van een zelfstandige worden berekend op basis van het beroepsinkomen van het jaar zelf. De voorlopige bijdragen die je in 2026 betaalt, zijn doorgaans gebaseerd op het inkomen van drie jaar geleden.
Verwacht je een hoger beroepsinkomen in 2026 dan hetgene waarop de voorlopige bijdragen worden berekend? Dan kan het interessant zijn om vrijwillig hogere sociale bijdragen te betalen. Door deze aanpassing vermijd je een hogere eindafrekening en de bijdragen die je nog in hetzelfde inkomstenjaar zal betalen, worden ook opgenomen voor de berekening van het belastbaar inkomen.
Omgekeerd kan bij een aanzienlijke inkomensdaling bekeken worden of een vermindering van de voorlopige bijdragen mogelijk en aangewezen is.
Een correcte inschatting van het verwachte beroepsinkomen is daarbij essentieel. Het is immers niet altijd interessant om zomaar maximaal bij te betalen: ook uw liquiditeitspositie en de latere regularisatie moeten mee in rekening worden gebracht.
Tijd voor een fiscale eindejaarscheck
De laatste maanden kunnen gebruikt worden om eventueel fiscale optimalisaties door te voeren. Bekijk daarom tijdig je cijfers en hou rekening met eventuele uitzonderlijke kosten of opbrengsten die nog zullen komen.